Naar blog overzicht - 09-01-2018

De kracht van taal. Verander de taal die je tegen jezelf spreekt

Als je het nieuwe jaar écht goed wil beginnen, verander dan de taal die je tegen jezelf spreekt. Naar aanleiding van een artikel van Business Insider, heb ik 9 woorden en zinnen op een rijtje gezet, die je je wellicht nu vaak zegt, maar die je juist minder succesvol en intelligent doen lijken. Door deze 9 woorden en zinnen die je tegen jezelf zegt te veranderen zul je je beter voelen.

Bekijk mijn vlog of lees verder onder de video.

  1. ‘Ik kan het niet’

Zeg jij bijvoorbeeld vaak ‘ik kan iets niet’? Verander dat dan in ‘ik doe het niet’. Zie je het verschil? Er is dus een verschil tussen ‘ik kan helaas deze chocoladetaart niet opeten vanwege mijn dieet’ en ‘Ik eet deze taart niet op.’ Wat klinkt krachtiger?

“Klein verschil in woorden, groot verschil in resultaat”

  1. Geen ‘maar’, maar ‘en’

Vervang het woord ‘maar’ eens door ‘en’. Wat is het verschil? Het verschil is vrij klein, maar het resultaat is groot. Op het moment dat je twee verschillende dingen hebt en je zet daartussen het woord ‘maar’, dan zeg je eigenlijk dat je maar één van de twee dingen kan doen. Zet je het woord ‘en’ ertussen, dan zet je je brein in actie om na te denken over hoe je het allebei kan doen.

Een voorbeeld. Stel dat je nog naar de sportschool wilt en dat je tegelijkertijd nog heel veel werk te doen hebt. Kijk dan eens naar het verschil wat er gebeurt als je zegt ‘ik wil naar de sportschool, maar ik heb nog heel veel werk te doen.’ Dan zeg je eigenlijk ‘ik ga niet naar de sportschool’. Terwijl, als je zegt ‘ik wil naar de sportschool en ik heb nog heel veel werk te doen’. Dan ga je erover nadenken hoe je het allebei kunt doen.

  1. In plaats van ‘ik moet’, ‘ik wil’

Jij hebt controle over je eigen leven. Je leven wordt niet voor je geleid. Als je dus zegt dat je iets ‘moet’, dan zeg je eigenlijk dat de verantwoording niet bij jou ligt, maar bij een ander.  Op het moment dat je zegt ‘ik wil’, laat je aan jezelf zien dat je dat echt wil. Je neemt de verantwoordelijkheid voor die taak. Maar als je vaak ervaart dat je iets moet, maar je het toch blijft doen, dan geef je eigenlijk indirect aan dat je het ook wil, want anders had je het niet gedaan toch?

  1. Zeg in plaats van ‘waarom’ ‘wat’

Als je jezelf afvraagt ‘waarom doe ik dit?’, dan kun je je ook afvragen ‘wat is er nodig om dit ook te doen?’ Vraag je aan je collega: ‘Is er een reden waarom je niet wilt meewerken?’ Of zou je eerder de volgende vraagstelling gebruiken? ‘Wat is er voor nodig om ervoor te zorgen dat je ook meedoet?’

Zie je het verschil? De insteek is positiever. Het woord ‘waarom’ kan soms aanvallend worden ervaren door anderen. Lees de eerste zin nog maar eens terug. Welke zin voelt positiever voor jou? De laatste zin heeft een veel positievere insteek. Ook als je die vraag aan jezelf stelt kan het gevoel van ‘ik doe het niet goed’ geven. Het voelt dan meer als een oordeel.

  1. ‘Ik kan het niet’

Zeg dus in plaats van ‘ik ben een sul, ik kan het niet’, juist positieve dingen tegen jezelf. Misschien een open deur, maar ik zie het zo vaak om mij heen. Praat jezelf dus niet omlaag, maar zeg tegen jezelf dat je het wel kan of dat je het in ieder geval gaat proberen.

  1. Zeg in plaats van ‘ik weet het niet’, ‘ik weet het niet en…’

Stop niet bij de constatering dat je iets niet weet, maar ga kijken wat je kunt doen om die kennis te vergaren. Weet je niet hoe je dat ene liedje moet zingen voor je zoon? Zag dan niet: ‘ik weet niet hoe dat liedje gaat’ maar zeg juist: ‘ik weet niet hoe het liedje gaat en… ik ga nu kijken wat ik nodig heb om het te leren’. Of, ‘ik weet niet hoe het liedje gaat en ik ga proberen om het samen met jou toch te doen’.

  1. Zeg eens een keertje ‘nee’

Zeg je overal ‘ja’ op? Tijd om ook eens een keertje ‘nee’ te zeggen. Je hoeft namelijk niet overal ‘ja’ op te zeggen. Vind je het moeilijk om ‘nee’ te zeggen tegen bijvoorbeeld je baas of je collega? Oefen er gewoon mee. Begin op kleine schaal. Door ‘nee’ te zeggen kun je op een goede manier je grenzen aangeven.

Als voorbeeld: Zeg ‘nee ik kan deze taak nu niet doen, want ik heb ook nog dit en dit te doen.’ Of, ‘Als ik deze taak nu wel doe, dan komt dit en dit in de knel’. Of ‘Ik kan deze taak nu even niet doen, maar ik kan het wel morgen doen’. Dus in plaats van altijd maar klakkeloos ‘ja’ zeggen, denk eens wat vaker na en bepaal je eigen tijd.

  1. In plaats van alleen ‘goed’ zeggen, maak het concreet

Gebruik in plaats van het woord ‘goed’ liever iets specifiekers. Maak het concreet. Als iemand aan je vraagt ‘hoe gaat het met je?’ zeg dan niet ‘goed’, maar zeg wat er goed gaat. Of ‘Ik voel mij vandaag lekker in mijn vel zitten, want ik heb net een leuke blog geschreven’

Als iemand aan je vraagt ‘hoe gaat het met het project?’ Zeg dan niet ‘goed’, maar: ‘goed, ik lig op schema alleen ik loop iets over het budget heen’. Het geeft concreetheid ook voor de ander en het opent deuren om vervolgens weer hulp te kunnen krijgen of te vragen.

  1. Keep it simple!

Gebruik in plaats van moeilijke woorden of jargon juist simpele woorden. Het is bewezen dat mensen die begrijpelijke taal spreken, intelligenter worden ervaren en hun uitleg wordt beter begrepen. Nou, inkoppertje dus.

Zet hem op. Ga anders tegen jezelf (en anderen) praten en je zult zien dat je meer succes zult hebben en dat je een positiever beeld van jezelf krijgt.

Wil je op de hoogte blijven van mijn vlogs? Ik zet er elke week één online. Abonneer je op mijn YouTube-kanaal en deel het gerust hieronder met anderen.

En een ontzettend goed, krachtig en succesvol 2018 gewenst!